De relatie

X en Y hebben een relatie. Het is zondagochtend. Ze zitten zwijgzaam in de auto, op weg naar visite in Hoensbroeck. Na een uur komt er een gesprek op gang.

X: Ik wil gezien worden.  Zie je mij?

Y: Ja, mijn ogen doen het goed, het is hier niet zó donker, ja  ik kan je goed zien.

X: Nee, maar echt gezien worden, ik wil dat je me ziet zoals ik ben. Dat je mijn ziel ziet.

Y: Oh, dat gezeik. Ja hoor, ik zie je.

X: Ik weet niet wat het is, maar ik voel me zo miskend.

Y: Wat nu weer?

X: Het is complex. Laat maar even.

Y: oh.

Y: Kunnen we het over iets gezelligs hebben, ik voel me zo eenzaam als het over niets gaat.

X: De Islam?

Y: Ik ben homo en durf dat niet te zeggen.

X: Dacht ik al. Mocht zeker niet. Mag ook van de islam niet trouwens.

Y:…………………..

Y: Verder nog iets?

X: Nee, ik had verder niets. En als ik nog iets had dan had toch niemand geluisterd.

Y: pfffff, jezus hee. Wat erg dit.

X: Ik stel voor dat we weer naar huis gaan.

Y: Goed idee. We slaan m over.

X: En toch is het goed om over je problemen te praten. Open kaart te spelen. Het lost de dingen óp.

Y: Ja, maar waarom moet dat altijd waar ik bij ben. Ik zeg: de neut, de peuk, en de neuk en alles is weer goed met je.

X: Wanneer gaan we uit elkaar.

Y: Als we elkaar niet meer nodig hebben.

X: Deal.

Ze keren zwijgzaam terug naar huis.

 

 

 

 

caroline • January 10, 2015


Previous Post

Next Post