Punk

Soms heb je weleens een punkmoment; een waartoe-dient-dit-alles-gevoel; Een neuk-het-systeem-gevoel, het dikke-middel-vinger-opsteek-gevoel; een krijg-de-tering-attitude, een-ik-gooi-mijn-kont-tegen-de-krib-aan-gevoel, een gevoel van waartoe dient dit alles?  Dat heb ik bijvoorbeeld als iemand vraagt: ‘Hoe gaat het?’

Ik kom iemand tegen die ik vaag ken. Hij glimlacht. Ik glimlach terug.

Hij: ‘Hoi.’

Ik: ‘Hoi.’

Hij: ‘Ik ken jou.’

Ik: ‘Ja, ik ken jou.’

Ik denk: ‘Wat ben ik, een papegaai?’

Hij: ‘Hoe gaat het?’

Ik denk: ‘Hoe gaat het? Hoe gaat het? De wereld staat in brand en hij vraagt ‘Hoe gaat het’?  Wat is dat toch voor een ongelooflijke burgerlijke trutten-beleefdheidsnorm dat zo iemand hanteert. ‘Hoe gaat het?’ wordt gevraagd op burgerlijke feestjes waar iedereen van de ander probeert af te komen en waar niemand het interesseert hoe het werkelijk met de ander en de wereld gaat. ‘Hoe gaat het’ wordt gevraagd door fatsoensrakkers! FATSOENSRAKKERS.’

Ik zeg: ‘Goed.’

Ik denk: ‘Goed? Uit alle miljoenen antwoorden die er bestaan, uit alle mogelijkheden van de hele wereld die er zijn, zeg ik : ‘Goed.’ Hoe onorgineel. How low can i go!’

Hij zegt: ‘Wat doe je nu?’

Ik denk: ‘Oh nee. Dit gaat he-le-maal de verkeerde kant op. ‘Wat doe je nu?’ Dat vragen mensen op verjaardagsfeesten van mensen die totaal ingeburgerd zijn in de middenstandswijken en elkaar proberen af te troeven door een betere baan te hebben dan de buren. We verzuipen, we verzuipen in het moeras der vinexwijk-communicatie. Ik ga zeggen dat ik aids heb of dat ik moet bevallen van drie eenden. Alles maar dan ook alles om dit gesprek om een verkeerd spoor te krijgen.’

Ik zeg: ‘Ik werk als conductrice.’

Ik denk: ‘Wat? Wat zeg ik. Is er iemand die mij verkeerd souffleert hier? Waar is die kut regisseur die mij allerlei rare dingen influistert. Dit is helemaal niet waar!’

Ik: ‘En jij?’

Hij: ‘Ik ben accountant.’

Ik: ‘Oh, sexy.’

Hij: ‘Daten?’

Ik: ‘Ok.’

De volgende avond om 8 uur zit ik in restaurant 6.

Ober vraagt: ‘Wilt u wat drinken?’

Ik zeg: ‘Nee dank u, ik heb al een date.’

Mijn date komt even later binnen. We zitten aan tafel.

Hij vraagt: ‘Hoe heet je eigenlijk?’

Ik zeg: ‘Caroline, maar ze noemen me ook wel de anti-christ, of slet.’

Wij: ‘Hahaha.’

Ik verslik me in mijn wijn, val van mijn stoel af en we gaan we nog even door met praten over me dit en me dat. Uiteindelijk wordt het een hele mooie romantische avond.

Het moraal van dit verhaal is dat elke vorm van passieve agressie toch kan eindigen in iets moois.

 

caroline • January 26, 2015


Previous Post

Next Post